Buitencontractuele aansprakelijkheid

Verbintenissen ontstaan niet alleen uit rechtshandelingen, bv. overeenkomsten, maar ook uit andere daden van personen of uit wettelijke bepalingen. Deze verbintenissen geven een aanleiding tot buitencontractuele aansprakelijkheid.

Toepassingsvoorwaarden

Om zich op buitencontractuele aansprakelijkheid te beroepen moet het “slachtoffer” de vervulling van drie voorwaarden aantonen. Er moet een aanwezigheid van toerekenbare fout (onrechtmatige daad) zijn. Naar aanleiding van deze fout moet de schade ontstaan. Bovendien moet nog het oorzakelijk verband tussen de fout en de schade bestaan. De vervulling van deze voorwaarden wordt beoordeelt afhankelijk van aansprakelijkheidsgrond waar men zich beroept.

Twee gronden voor buitencontractuele aansprakelijkheid

Een persoon kan buitencontractueel aansprakelijk worden gesteld op grond van de algemene zorgvuldigheidsplicht (art. 1382 en 1383 BW) en/of op grond van kwalitatieve of objectieve aansprakelijkheid (art. 1384 BW).

Fout – schending van de algemene zorgvuldigheidsplicht

Actieve fout – een onrechtmatige daad

De zorgvuldigheidsplicht wordt geschonden wanneer men zich anders gedraagt dan een normaal vooruitziend en zorgvuldig persoon (bonus pater familias) zou hebben gedaan in dezelfde of gelijkaardige omstandigheden. Dit, in vergelijking met bonus pater familias foutief, gedrag komt in aanmerking als fout en geeft aanleiding tot buitencontractuele aansprakelijkheid. Deze vergelijking gebeurd op grond van concrete omstandigheden van de zaak. Bij de beoordeling vergelijkt met de “dader” en een gemiddeld normaal vooruitziend en zorgvuldig persoon waarbij men het volgende vraag moet beantwoorden: “Zou een normaal vooruitziend en zorgvuldig persoon op zelfde wijze gehandeld hebben en zou deze hetzelfde gedaan?” Als gevolg is het resultaat niet altijd hetzelfde, gelukkig maar.

Een voorbeeld:

Iemand slaat het raam van andermans huis stuk. Zonder meer lijkt het een foutief gedrag te zijn. Omdat geen normale mens dit zou doen. Stel dat hetzelfde gebeurt in het kader van brand in betrokken huis en men slaat het raam stuk om iemand te redden. Het antwoord is duidelijk anders.

Passieve fout – nalatigheid

Ook niets doet kan een fout opleveren in de zin van buitencontractuele aansprakelijkheid. Indien men nalaat iets te doen wat hij in concrete omstandigheden zou moeten doen kan dit nalaten als fout gerekend worden. Zoals hierboven gebeurt de beoordeling aan de hand van concrete omstandigheden en in vergelijking met een normaal vooruitziend en zorgvuldig persoon.

Zout (niet) strooien in de winter is een voorbeeld uit dagelijks leven. Indien een persoon die geacht wordt te moeten strooien dit niet doet en dit nalaten een aanleiding geeft voor een schade, wordt deze persoon aangesproken in vergoeden van schade ontstaan uit diens nalatigheid.

Rechtspositie als grond voor buitencontractuele aansprakelijkheid

Kwalitatieve aansprakelijkheid is de aansprakelijkheid die ontstaat ingevolge de hoedanigheid van de aansprakelijke als verantwoordelijke voor een andere persoon, een zaak of een dier (L. Cornelis).

Om het art. 1384, lid 1 BW in te roepen moet men het bestaan aantonen van volgende elementen: er moet sprake zijn van een bewaarder van de zaak, deze zaak moet aangetast zijn door een gebrek en dit gebrek moet schade veroorzaakt hebben bij een derde, het rechtstreekse slachtoffer.7 Deze elementen worden in een andere artikel (coming soon) besproken.

Schade

Naar Belgisch recht wordt schade voortvloeiend uit onrechtmatige daad omschreven als het negatieve vergelijking tussen de toestand waarin het slachtoffer zich na het schadegeval bevindt en de toestand waarin hij zich, bij ontstentenis van dat schadegeval, zou hebben bevonden (L. Cornelis). Met andere woorden is de schade ontstaan uit een onrechtmatige daad het resultaat van de vergelijking van de toestand van het slachtoffer waarin hij zich bevindt ten gevolge van de fout van de schadeveroorzaker en de toestand waarin hij zich zou hebben bevonden als de onrechtmatige daad niet had plaats gevonden. Simpel gezegd:

schade = hypothetisch toestand bij geen fout – toestand na fout

Er moet dus vergelijking tussen deze twee toestanden mogelijk zijn. Dit is een reden waarom de vorderingen wegens “niet willen geboren te worden” afgewezen worden.

Oorzakelijk verband

Het oorzakelijke verband bestaat uit twee componenten: feitelijke causaliteit en juridische causaliteit. Feitelijke causaliteit verwijst naar de schade toebrengende gebeurtenis als noodzakelijke voorwaarde (conditio sine qua non).

Juridische causaliteit focust op de vraag of de schade aan de betrokken persoon moet worden toegerekend. Volgens de in België aangenomen equivalentietheorie is er een juridische causaliteit indien de schade zoals ze in feite is, zich zonder de fout niet of minstens niet op dezelfde manier zou hebben voorgedaan (J.-L. Fagnart). Dit is anders dan bij bijvoorbeeld de noorderburen waar alleen voorzienbare schade in aanmerking wordt genomen (vb. Pantoffelarrest) bij beoordeling van de causaliteit.

Men shot tegen een schuur die staat neer te storten en… de schuur stort neer. Het doet er in principe niet toe dat deze misschien morgen vanzelf zou neerstorten (voorbestemming). Zonder bewuste shot zou het misschien niet geburen. De shot is dus in casu conditio sine qua non.

Echter verschilt de beoordeling van oorzakelijk verband in burgerlijke zaken en in strafzaken. Ook de schadevergoeding kan anders zijn indien voorbestemming is bewezen.

Comments are closed